Wetsvoorstel invoering UBO-register

Het wetsvoorstel Registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten (UBO-register, “ultimate beneficial owner”) is op 4 april ingediend bij de Tweede Kamer en dient vanaf januari 2020 in Nederland in werking te treden. De invoering van het UBO-register is een uitvoering van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn en heeft als doel het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

1. UBO

De UBO is een natuurlijk persoon die uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit die is ingeschreven in het Handelsregister. Dit wordt bijgehouden door de Kamer van Koophandel. Het betreft dan (in)direct eigenaren met een zeggenschap van ten minste 25% door middel van het houden van aandelen (inclusief toonderaandelen en certificaten van aandelen), stemrechten of ander eigendomsbelang/feitelijke zeggenschap in een NV of BV, een SE, SCE of Europees economisch samenwerkingsverband, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, maatschap, de CV, de VOF en de rederij.

Indien niet achterhaald kan worden wie als UBO kwalificeert, dan zullen in principe de bestuurders van de entiteit als UBO in het register worden opgenomen.
Uitzonderingen op verplichte registratie gelden slechts voor beursvennootschappen en hun 100% dochtermaatschappijen, kerkgenootschappen, eenmanszaken, VVE’s, publiekrechtelijke rechtspersonen en enkele historische rechtspersonen.

Ook UBO’s van buitenlandse ondernemingen worden niet in het register opgenomen. Hetzelfde geldt voor rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland. Zij zullen zich moeten houden aan de regelgeving in het land waar zij zijn opgericht.

Voor UBO’s van trusts en vergelijkbare rechtsfiguren zal later een vergelijkbare registratieplicht volgen. Als UBO geldt hier onder andere de oprichter, trustee, protector en de begunstigden. Deze rechtsfiguren zijn echter zelden in Nederland gevestigd. Uitzondering hierop is het Nederlandse ‘fonds voor gemene rekening’ dat ook hieronder gaat vallen.

2. Openbare informatie

Een deel van de informatie van de UBO wordt openbaar, dit betreft:

  • Voornaam en achternaam;
  • Geboortemaand en -jaar;
  • Nationaliteit;
  • Woonstaat;
  • Aard en omvang van belang in de entiteit (het percentage belang wordt slechts in bandbreedtes vermeld van 25-50%, 50-75% en 75-100%).

Het register kan slechts op naam van de onderneming doorzocht worden, dus niet op naam van de UBO zelf. Om het UBO-register te kunnen doorzoeken dien je je eerst te registreren en te identificeren. Gegevens kunnen slechts tegen betaling worden opgevraagd. Gegevens die niet openbaar worden gemaakt zijn onder andere BSN, woonadres en kopie van een identiteitsbewijs.

3. Privacy waarborgen

Ondanks de vele kritiek op de schending van privacy kan er slechts in een beperkt aantal situaties verzocht worden om de UBO-informatie af te schermen. Dit kan bijvoorbeeld in geval van een onevenredig risico op ontvoering, chantage, afpersing, geweld etc., minderjarigheid of handelingsonbekwaamheid.

4. Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel ligt nu voor bij de Tweede Kamer en zal bij goedkeuring door zowel Tweede als Eerste Kamer worden ingevoerd in januari 2020. De verplichting om een UBO-register in te voeren geldt voor alle EU-lidstaten en is door veel lidstaten reeds ingevoerd.

Wetsvoorstel invoering UBO-register

Meer informatie

Heeft u vragen naar aanleiding van het lezen van deze documentatie? Neem dan gerust contact met ons op. U vraagt naar Bas van Gorp, fiscalist, hij helpt u verder.
bvangorp@vdvdg.nl | 071 409 04 09